Het Nationaal Kennisprogramma Stikstof (NKS) heeft als doel de stikstofmetingen en -berekeningen te verbeteren. In het kennisprogramma werken verschillende kennisinstellingen samen aan het optimaliseren van de data over de uitstoot, verspreiding en het neerslaan van stikstof. Het programma is gestart naar aanleiding van adviezen van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof.
Het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof heeft beoordeeld dat de gebruikte data, methoden en modellen voor stikstofmetingen van voldoende kwaliteit zijn. Tegelijkertijd geeft het Adviescollege aan dat verbeteringen aan het meet- en rekensysteem nodig zijn. Binnen het Nationaal Kennisprogramma Stikstof werken verschillende kennisinstellingen samen aan de vijf onderdelen van het kennisprogramma:
- Actualisatie en kwaliteitsverbetering van het landelijk meetnet en rekenmodellen
- Onderzoek en verbetering van data
- Onderzoek naar vernieuwing landelijk meetnet en rekenmodellen
- Regionale meetinitiatieven in de buitenlucht
- Bedrijfsspecifiek meten van stalemissies
Werkwijze Nationaal Kennisprogramma Stikstof
Via de verschillende programmaonderdelen wordt gewerkt aan het verbeteren van stikstofmetingen en -berekeningen. Tegelijkertijd werkt het Nationaal Kennisprogramma Stikstof aan een kennisagenda. Deze kennisagenda geeft inzicht in de belangrijkste kennisbehoefte voor aanvullend onderzoek. De onderzoeken worden uitgezet bij verschillende kennisinstellingen, afhankelijk van het doel van het onderzoek en de benodigde kennis.
Zowel de kennisagenda als de bevindingen uit onderzoek worden voorgelegd bij een maatschappelijke klankbordgroep. De maatschappelijke klankbordgroep bestaat uit onder andere: LTO, Bouwend Nederland, Natuurmonumenten, Natuur en Milieu, NAJK en VNO-NCW. De klankbordgroep heeft als doel om de partijen te informeren en biedt de partijen mogelijkheid om te reflecteren en advies te geven over het programma. Daarnaast wordt nagedacht over het oprichten van een wetenschappelijke klankbordgroep die kan reflecteren en adviseren op het onderzoek en de kennisagenda.
Nederland stoot al jaren teveel stikstof uit. De stikstof komt in de lucht en slaat vervolgens neer op de grond en het water. Dat is slecht voor de natuur.
- Dagelijks stoten bijvoorbeeld landbouw, verkeer en industrie ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOX) uit. Dit noemen we emissie.
- De hoeveelheid stikstof in de lucht is de concentratie.
- De stikstof die op de grond of in het water terecht komt is de depositie.
Stikstof is niet te zien, maar het is wel meetbaar. Door te meten krijgen we zicht op de lokale situatie. Bij het berekenen van de stikstofdepositie, gebruikt het RIVM data uit verschillende bronnen. Door gebruik van computermodellen brengen we de totale stikstofdepositie in een natuurgebied in kaart en kunnen we de stikstofdepositie in de toekomst berekenen. Met metingen door heel Nederland controleren en verbeteren we deze computermodellen.
Gegevens verzamelen
Bij het berekenen van de stikstofdepositie, gebruikt het RIVM data uit verschillende bronnen. Bijvoorbeeld van kennisinstituten en onderzoeksbureaus, zoals CBS en het KNMI. Al deze informatie samen helpt bij het bepalen van de totale stikstofuitstoot uit binnen- en buitenland.
Berekenen
Met alleen metingen kan de depositie van stikstof niet voor heel Nederland in kaart gebracht worden. Daarom werkt het RIVM met rekenmodellen zoals het Operationale Prioritaire Stoffenmodel (OPS). Op basis van de nieuwe metingen en wetenschappelijke ontwikkelingen actualiseert het RIVM de rekenmodellen.
Meetpunten door heel Nederland
Op honderden locaties staan meetpunten om te meten hoeveel stikstof er in de lucht zit en neerkomt in natuurgebieden. Het RIVM gebruikt de metingen voor het volgen van trends, voor onderzoek en het controleren en bijstellen van rekenmodellen (als dat nodig blijkt te zijn).