Status: in uitvoering

Wat houdt de maatregel in?

Ongeveer tweederde van de industriële uitstoot in Nederland is afkomstig van de grootste 20 industriële bedrijven. Het kabinet zet in op het maken van maatwerkafspraken met deze industriële bedrijven. Hiermee ondersteunt de overheid deze bedrijven bij hun verduurzamingsopgave. De maatwerkaanpak is op de eerste plaats gericht op het verminderen van CO2-uitstoot. Dat leidt doorgaans ook tot reductie van NOx-uitstoot en daarmee reductie van stikstofdepositie. Naast CO2-vermindering worden er ook afspraken gemaakt over een gezonde en veilige leefomgeving in brede zin. Maatregelen gericht op het verminderen van uitstoot van NOx en/of ammoniak (NH3) kunnen hier onderdeel van zijn.  

Wat levert het op?

Volgens een indicatieve inschatting van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) wordt de reductie in stikstofdepositie als gevolg van deze maatregel in 2030 geraamd op 0,3 mol/ha/jaar gemiddeld op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Effecten vinden vooral plaats in Zeeland, Twente en Groningen.

Wat is de stand van zaken?

In maart 2024 besloot het kabinet de maatwerkaanpak uit te breiden met bedrijven buiten de top 20. Maar alleen met bedrijven die minimaal 0,1 Mton CO2-reductie extra kunnen verwezenlijken.

Wie kan gebruik maken van deze maatregel?

Om in aanmerking te komen voor maatwerkafspraken, moet een bedrijf veel CO2-uitstoot kunnen verminderen. Concreet houdt dit in dat een bedrijf in 2030 meer CO2 moet kunnen verminderen dan het zou doen als het bedrijf het reductiepad van de nationale CO2-heffing zou volgen. Deze extra vermindering noemen we ook wel additionele CO2-reductie. Het streven is een besparing van 16 Mton CO2 in 2030 ten opzichte van 2021.