Bij veel activiteiten, zoals het houden van vee, woningbouw, aanpassing van infrastructuur en energieproductie, komt stikstof vrij. Een deel daarvan komt in de Natura 2000-gebieden terecht. Stikstofneerslag kan schadelijk zijn voor de natuur. Daarom is voor deze activiteiten vaak een natuurvergunning nodig.
Een natuurvergunning is nu niet nodig als de stikstof die in de natuur terecht komt onder de 0,005 mol/ha/jaar blijft, de zogenoemde ondergrens. De ondergrens is op dit moment dus nagenoeg 0. Initiatiefnemers berekenen de stikstof die in de natuur terecht komt met de modellen in AERIUS Calculator.
De huidige ondergrens is niet wetenschappelijk onderbouwd. Uit diverse onderzoeken weten we dat als er sprake is van slechts een heel klein beetje stikstofneerslag, er niet met voldoende zekerheid is te zeggen dat die berekende stikstofneerslag op die specifieke locatie bij een specifiek bedrijf of project hoort. Op dit moment worden ondernemers en andere initiatiefnemers hier desondanks wél voor verantwoordelijk gehouden.
Het kabinet werkt daarom aan een nieuwe ondergrens in stikstofberekeningen die wel wetenschappelijk onderbouwd is. Alle projecten en activiteiten die minder stikstofneerslag hebben dan die grens, zijn dan vergunningvrij voor het aspect stikstof.
Wetenschappelijke onderbouwing voor ondergrens van 1 mol
De commissie-Hordijk concludeerde in 2020 al dat er op een te hoog detailniveau naar stikstofneerslag wordt gekeken in het beleid en de vergunningverlening (dit zorgt voor schijnzekerheid). En dat dit onder andere komt door de lage ondergrens. In 2021 is als vervolg op de commissie-Hordijk door TNO onderzoek gedaan op verzoek van het toenmalige ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Dit leverde geen eenduidige conclusie op over de ondergrens. Vervolgens heeft TNO/UvA in 2024 op verzoek van IPO ook onderzoek gedaan naar de ondergrens. Hier werd nog geen ondergrens gevonden maar werd geconcludeerd dat het wel aannemelijk is dat er een ondergrens moet zijn.
Professor Arthur Petersen heeft nu een wetenschappelijk expertoordeel geschreven dat verder bouwt op al deze eerdere onderzoeken. Dit heeft hij gedaan op verzoek van het ministerie van LVVN. Na een beoordeling door andere wetenschappers heeft Petersen zijn onderbouwing verder verbeterd.
De wetenschappelijke onderbouwing van Petersen komt uit op een ondergrens van 1 mol, per hectare, per jaar. Onder die waarde is de hoeveelheid stikstofneerslag zo klein dat het niet meer goed meetbaar is.
Stand van zaken december 2025
De afgelopen weken zijn stappen gezet richting de invoering van de rekenkundige ondergrens, en hebben rijk en provincies de vraagstukken die daarbij spelen samen verder uitgediept. Op enkele punten is nog aanvullend werk nodig. Daar gaan we de komende periode met volle aandacht mee door. Het kabinet wil de ondergrens graag zo snel mogelijk invoeren, maar snelheid mag niet ten koste gaan van een zorgvuldige en stabiele invoering. Daaraan zal het kabinet met alle betrokken partners en overheden blijven werken. De inzet is gericht op besluitvorming over invoering begin volgend jaar.
Vragen en antwoorden
De rekenkundige ondergrens is een wetenschappelijk onderbouwde waarde. Onder die grens is de stikstofneerslag zó klein dat het model niet meer betrouwbaar kan berekenen dat het van een specifiek bedrijf komt. Het effect is dan praktisch niet meetbaar of herleidbaar. Daarom overweegt het kabinet om berekeningen onder deze grens niet te gebruiken voor besluitvorming over projecten. De ondergrens is nog niet ingevoerd.
Projecten met een berekende depositiebijdrage onder de rekenkundige ondergrens hebben geen natuurvergunning meer nodig voor wat betreft stikstof. Dit helpt bijvoorbeeld de meeste PAS-melders, de woningbouw en infrastructurele projecten en andere projecten met een kleine depositiebijdrage.
Een drempelwaarde is geen wetenschappelijke grens, maar een beleidskeuze van de overheid. Bij een stikstofneerslag onder deze drempelwaarde is dan geen vergunning meer nodig, daarboven wel.
Om een drempelwaarde in te voeren moet er een pakket maatregelen zijn vastgesteld waarmee de negatieve effecten op de natuur worden weggenomen. Het pakket moet er ook voor zorgen dat de totale depositie niet tot verslechtering van de natuur kan leiden.
In beide gevallen hebben projecten of activiteiten met een stikstofneerslag kleiner dan de grens of de waarde geen natuurvergunning meer nodig voor het aspect stikstof. De overheid wordt hiermee verantwoordelijk voor de gevolgen van de stikstofneerslag onder deze grens in plaats van de initiatiefnemer. De overheid moet dan ook maatregelen nemen om er voor te zorgen dat de natuur hierdoor niet verslechtert en op termijn zelfs verbetert.
Als het kabinet besluit dat het verantwoord is om de rekenkundige ondergrens te gebruiken dan zal de minister van LVVN dit bekendmaken met een Kamerbrief. Vanaf dat moment kan de rekenkundige ondergrens als ingevoerd beschouwd worden en wordt er gebruik van gemaakt in het kader van toestemmingverlening.
Voordat de ondergrens formeel is ingevoerd kunnen initiatiefnemers er al wel gebruik van maken. Het risico ligt in dat geval wel bij de initiatiefnemer.
Het is niet nodig om voor toepassing van de rekenkundige ondergrens de wet aan te passen. Als het kabinet besluit om de rekenkundige ondergrens te gebruiken, dan kan de minister van LVVN dit bekendmaken met een Kamerbrief.
De juridische houdbaarheid staat uiteindelijk pas vast na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarom wil het kabinet de rekenkundige ondergrens zo snel mogelijk inbrengen in een geschikte procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.