Nederland wil vooruit. Daarom presenteerde het kabinet op 26 juni 2026 een maatregelenpakket om Nederland weer in beweging te brengen. Zodat boeren duidelijkheid krijgen, de natuur zich herstelt, bouwers weer kunnen bouwen en we weer vergunningen kunnen verlenen. Daarvoor moeten alle sectoren leveren. Het pakket bestaat onder meer uit doelen op bedrijfsniveau, een norm voor een betere balans tussen koeien(mest) en land, extra maatregelen in gebieden waar de natuur het meest onder druk staat, investeringen in natuurherstel.  Ook voert het kabinet zo snel mogelijk een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens in. Met deze maatregelen trekt het kabinet zo de vergunningverlening weer vlot, en krijgen boeren en ondernemers duidelijkheid en steun voor toekomstbestendige keuzes.

Zonering en gebiedsgerichte aanpak

Zonering is een van de onderdelen voor een effectieve aanpak om de natuur te herstellen en daarmee van het stikstofslot te raken. Ondernemers in gebieden die dicht bij Natura 2000-gebieden of kwetsbare watergebieden liggen, krijgen te maken met een gebiedsgerichte aanpak.

Deze aanpak is erop gericht om de drukfactoren op die gebieden weg te nemen, zodat de natuur voldoende kan herstellen en vergunningverlening op gang kan komen. Zo worden er maatregelen genomen waar de natuur dat het hardst nodig heeft. Het gaat het niet alleen om stikstof, maar ook om verdroging, versnippering van natuur en de waterkwaliteit. Door gericht te kiezen voor maatregelen bij kwetsbare natuurgebieden kan er in grote delen van het land weer meer.

Selectie gebieden (zones) waar de extra maatregelen mogelijk gaan gelden

Er zijn 121 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden op land. Hierbinnen verwacht het kabinet met provincies een selectie te kunnen maken van circa 100 gebieden waar een zone nuttig of nodig is. De gebieden zijn nog niet definitief. De lijst is wel gepubliceerd in verdiepingsbijlage Hoofdlijn 3  van de kamerbrief van 26 juni 2026, met de uitleg hoe het kabinet tot deze lijst is gekomen. De volgende stap is dat de provincies samen met medeoverheden en maatschappelijke partijen de concrete invulling en definitieve keuzes maken.  

Naar verwachting is voor ongeveer 100 stikstofgevoelige natuurgebieden een aanvullende zone nodig. Voor circa 15 van deze gebieden geldt een zone van 1.000 meter en voor de andere gebieden gaat het om een zone van 500 meter. Voor industriële piekbelasters in de zones komt er een aparte aanpak. In deze gebieden blijft ruimte voor extensieve landbouw.

In de zones worden aanvullende regels gesteld die bijvoorbeeld gaan over mestplaatsingsruimte, veebezetting en gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Deze regels worden de komende maanden met de provincies verder uitgewerkt. Daarnaast krijgen de gebieden tot 1 januari 2028 de ruimte om onder leiding van de provincies een gebiedseigen aanpak tot stand te brengen. Deze eigen aanpak moet een vergelijkbaar doelbereik, middelenbehoefte en borging hebben als de regels die het Rijk opstelt.

Ondersteunend pakket

Het kabinet is zich ervan bewust dat dit een ingrijpende maatregel is. Daarom werkt het kabinet samen met provincies aan een ondersteunend pakket voor boeren. Dit pakket omvat onder meer de herwaardering van landbouwgrond, een regeling voor extensieve bedrijfsvoering en ondersteuning voor omschakeling naar biologische landbouw. Hiervoor is 9 miljard beschikbaar. Deze ondersteuning komt bovenop de algemene ondersteuning die voor alle boeren beschikbaar komt, zoals mogelijkheden voor innovaties, extensiveren, omschakelen, verplaatsen of stoppen.  

Op www.groeiennaarmorgen.nl/plannen-kabinet vinden agrarische ondernemers een overzicht vinden van de voorgenomen plannen en ondersteunende maatregelen. Zodra bekend is wanneer welke regelingen opengesteld worden, komt dat hier te staan. Daarnaast kunnen boeren en telers gebruik maken van al bestaande regelingen. Een overzicht hiervan staat op www.groeiennaarmorgen.nl/regelingen-en-ondersteuning