In het zuidoosten van de provincie Drenthe vlakbij de Duitse grens, ligt het Natura 2000-gebied Bargerveen-Schoonebeek. Het is een van de laatste overgebleven hoogveengebieden van Europa. Om dit unieke gebied én de bijzondere planten en dieren die er leven te behouden werken verschillende organisaties samen. “Natuur, landbouw en recreatie gaan hier heel goed samen.”

In het noorden van Nederland lag ooit een enorm moeras: van Coevorden tot Winschoten strekte zich een drassig veengebied uit van wel 160.000 hectare. “De veenlaag heeft zich hier in 12.000 jaar opgebouwd, op sommige plekken tot wel twaalf meter dik”, weet Piet Ursem, deskundige op het gebied van veenbeheer bij Staatsbosbeheer. “Toen mensen het eeuwen gelden ontdekten als brandstof, is bijna al dat veen afgegraven. Tot er uiteindelijk nog maar zo’n 2.500 hectare van over was.”

Eind jaren ’60 besloot de Nederlandse overheid dat ze dit typische landschap wilde behouden voor de toekomst. Vanwege de historische waarde, maar ook vanwege de bijzondere planten en dieren die hier leven, waaronder allerlei reptielen en vogels. “Daar komt bij dat we inmiddels hebben ontdekt dat hoogveen een van de meest efficiënte manieren is om CO2 op te slaan”, weet Piet. “Een hectare veen van één meter dik slaat evenveel CO2 op als tien hectare bos. Ook om die reden is het behoud van hoogveen dus van groot belang.”

Water vasthouden

Na het stoppen van de veenwinning in Zuidoost-Drenthe was het Bargerveen één van de gebieden in Nederland waar het veen nog niet helemaal verdwenen was. Staatsbosbeer kreeg er de opdracht het landschap zo goed mogelijk in ere te herstellen. “Een flinke uitdaging”, vertelt Piet. “Het was op dat moment een kale, uitgeputte vlakte. En over herstel van hoogveen was toen nauwelijks nog iets bekend. Ecologen van Staatsbosbeheer zijn speciaal naar Ierland gegaan om hierover meer kennis te krijgen.”

De uitdaging ligt vooral in de omgeving, zo bleek al snel. Want een hoogveengebied moet stabiel nat blijven. En rondom het gebied liggen landbouwgebieden die juist baat hebben bij een laag grondwaterpeil. Wanneer je het water in het veen omhoog brengt, stroomt dat dus al snel weg naar het omliggend gebied. “Om dat te voorkomen hebben we vanaf de jaren ’70 onder meer sloten gedempt en kades aangelegd. Zo kon het veen zich langzaam weer met water vullen.”  

Zandleemkades en waterbuffers

Helaas bleek het veen waar de kades van gemaakt waren te slap om de druk van het water te weerstaan en de kades braken steeds vaker door. “Rond de eeuwwisseling hebben we daarom een zandleemkade aangelegd: een 13 kilometer lange scheidingswand tussen het natte hoogveen en het gebied eromheen. Zo hebben we als het ware een soort badkuip gecreëerd waarbinnen het veenmos kan blijven groeien. En waarmee boeren geen hinder ondervonden van het hoge grondwaterpeil.”

Toch zijn alleen stevige kades niet voldoende. De druk van het water in het veenpakket is zo groot dat het via diepere grondlagen alsnog uit de ‘badkuip’ kan weglekken. “Daarom creëren we aan de landbouwkundige kant van de kade zogeheten bufferzones. Deze vormen als het ware een schil om het hoogveengebied heen en bieden door hun hoge grondwaterstand tegendruk aan het veenpakket.”

De bufferzones zorgen er niet alleen voor dat het veengebied goed nat blijft, maar bieden ook ruimte om het water van hevige regenbuien op te vangen. Bovendien geven deze zones weer ruimte aan nieuwe natuur.  “Er ontstaan bijvoorbeeld rietvelden en je kunt er bijzondere vogels zien vliegen, zoals de grauwe klauwier.”

Samen met de omgeving

De afgelopen jaren zijn aan de noord- en westkant van het Bargerveen al twee grote bufferzones aangelegd. Met behulp van het Programma Natuur kan de komende tijd een belangrijke volgende stap worden gezet: de aanleg van Buffer Zuid. “Deze bufferzone is maar liefst 220 hectare groot en bestaat uit vier verschillende vakken”, vertelt Carolien van de Bles, projectleider bij uitvoeringsorganisatie Prolander. “Ieder vak heeft een andere inrichting en biedt daarmee weer andere mogelijkheden voor natuur én recreatie.”

Via bijeenkomsten met onder meer omwonenden zijn die verschillende mogelijkheden de afgelopen tijd uitgebreid onderzocht. Carolien: “De dorpsbewoners zeiden: als hier dan toch een bak water komt, laten we er dan vooral samen iets moois van maken. We denken bijvoorbeeld aan horeca aan het water en kano-en sup routes. Maar ook aan mooi gelegen uitkijkpunten en vogelkijkhutten.”

De betrokkenheid van bewoners bij het project was een belangrijke wens van de provincie Drenthe, die als provincie verantwoordelijk is voor dit Natura 2000 gebied. Gerard Meijers is daar programmaleider. “We willen in dit gebied niet alleen de natuur beschermen, maar ook dat mensen ervan kunnen genieten. De herstelmaatregelen die we uitvoeren kosten miljoenen euro’s. Dan vinden we het belangrijk dat mensen daar iets van terugzien en ook zelf kunnen genieten van dit prachtige landschap. En dat het gebied er omheen ook economisch leefbaar blijft.”

Reptielen onder de weg door

In een groot deel van het Bargerveen is het effect van de herstelwerkzaamheden al goed zichtbaar. Mede dankzij de bufferzones komt stap voor stap het typische veenmos terug: het leefgebied van verschillende reptielen en vogels. De natuur laat hier goed zien hoe alle leven met elkaar verbonden is en invloed op elkaar heeft. Veenmosrijke plasjes trekken bijvoorbeeld heikikkers. En die kikkers vormen weer voedsel voor adders. “Sinds een paar jaar zien we hier veel adders”, vertelt Piet. “En ook heideblauwtjes en aardbeivlinders zien we in het Bargerveen meer en meer. De natuurlijke variatie neemt duidelijk toe. En daar profiteert uiteindelijk ook de mens van.”

Natuur vormt immers een belangrijke basis voor ons bestaan. Het geeft ons alles wat we nodig hebben. Van schone lucht, voedsel en drinkwater tot plekken voor rust, verwondering en plezier. Om dat te behouden zijn soms slimme oplossingen nodig. Zo is met behulp van het Programma Natuur ook een zogeheten ‘faunapassage’ aangelegd. Piet: “Dwars door het Bargerveen loopt een doorgaande weg. Een adder zal die nooit oversteken. Daarom hebben we een ondergrondse verbinding gemaakt. Daardoor zorgen we er ook voor dat andere soorten elkaar makkelijker kunnen ontmoeten en voorkomen we inteelt. Dat maakt de natuur sterker en veerkrachtiger.”

Voor het Bargerveen is ook de hoge stikstofuitstoot vanuit de wijde omgeving een groot probleem. “Gezond hoogveen vraagt om een voedselarme bodem, terwijl stikstof juist zorgt voor extra voedingsstoffen”, weet Piet. “Om ongewenste begroeiing te verwijderen worden onder meer grazers ingezet. In totaal gaat het om ongeveer 2.000 schapen en 220 koeien. “Een groot deel van de schapen gaat tegenwoordig ‘s nachts naar binnen, waardoor er minder mest in het veld komt: daar willen we wel graseters, maar geen poepers.”

Puzzelen met ruimte

Het natuurherstel in het Bargerveen vraagt van alle betrokken partijen veel tijd en energie en een goede samenwerking. Niet alleen tussen de provincie en Staatsbosbeheer, maar bijvoorbeeld ook met het waterschap, de gemeente, omwonenden en boerenorganisaties. “Voor de ontwikkeling van Buffer Zuid hebben we 220 hectare moeten vrijmaken, een flinke logistieke puzzel”, legt Gerard uit. “We konden dit alleen bereiken door een  aantal boerenbedrijven te verplaatsen. Gelukkig hebben we hier een goed ruilplan voor kunnen maken, want als provincie hebben we natuurlijk ook oog voor het belang van de landbouw.”

Projectleider Carolien is ervan overtuigd dat de bufferzones en de ruilverkaveling die hiervoor nodig was, de hele regio uiteindelijk toekomstbestendiger maken. Boerenbedrijven hebben meer grond dichtbij huis en meer aaneengesloten kavels. Daarnaast pakt het waterschap het hele watersysteem voor de landbouw aan. Dat geeft boeren meer zekerheid over hun grondwaterstand. Daar komen de voordelen voor recreatie en toerisme nog eens bij. “Het project laat zien dat verschillende belangen hier heel goed samen kunnen gaan.”

Piet is trots op de resultaten in het Bargerveen. “Veel mensen dachten dat het nooit zou lukken om het veen terug te krijgen. Maar inmiddels zien we zelfs weer drijvende veenmosmatten. Het herstel is duidelijk ingezet.” Tegelijkertijd blijft er sprake van een wankel evenwicht. “Wanneer veen uitdroogt dan oxideert het en komt de opgeslagen CO2 vrij. Dat maakt duidelijk hoe belangrijk het is om het waterpeil stabiel te houden. Niet alleen voor de bijzondere natuur en geschiedenis in dit gebied, maar ook voor onze leefbaarheid. Nu en in de toekomst.”