Vlak bij het centrum van de Limburgse gemeente Brunssum ligt het Schutterspark. Hier bevinden zich hangvennen: een natuurverschijnsel dat niet alleen uniek is voor Nederland, maar zelfs bijzonder voor heel Europa. Mens én dier kunnen er genieten van een grote variatie aan planten. Om die variatie voor de toekomst te behouden, voerde Bosgroep Zuid Nederland er de afgelopen jaren in samenwerking met de gemeente een uitdagend herstelproject uit.

De glooiende heuvels maken Zuid-Limburg voor veel Nederlanders sowieso al een aantrekkelijke regio. Maar het Schutterpark in Brunssum heeft nog iets extra’s te bieden. Daar bevindt zich een helling waar op verschillende plekken bronwater omhoogkomt. Wandelend in het Schutterspark weet je bijna niet waar je moet kijken. Want bij elke bron verschijnen andere plantensoorten.

Er groeien bijvoorbeeld verschillende soorten veenmos: dikke, sponsachtige tapijten van lichtgroene of geelachtige rozetjes. Maar ook kranswieren: fijne vertakte waterplantjes met zijtakjes die op een paardenstaart lijken.

Continu drassig

Dion van Staveren weet als geen ander wat de Hangvennen zo bijzonder maakt. Hij is ecoloog van de Bosgroep en deed er jarenlang onderzoek naar. “Een dikke laag klei voorkomt dat het water naar beneden kan zakken. Het gevolg is dat het water boven de grond maar heel langzaam naar beneden zakt en daardoor de grond continu drassig houdt.”

Het water dat over de helling stroomt komt vanuit verschillende bronnen. En dat water heeft overal net wat andere eigenschappen, vertelt Dion: “We denken dat dit met het mijnbouwverleden te maken heeft: de afgelopen eeuw is er bovenaan op de helling in dit gebied veel puinafval uit de mijnen gestort. We meten bijvoorbeeld veel kalk en zwavel in het water: stoffen die ook in mijnpuin voorkomen. Daarmee vertelt deze natuur ook iets over onze geschiedenis.”

De verschillende omstandigheden binnen één gebied leiden niet alleen tot een grote diversiteit aan planten, maar ook tot bijzondere diersoorten. Er komen verschillende beschermde dieren voor. Zo leven er salamandersoorten en kun je er verrast worden door de hazelworm: een pootloze hagedis die vaak wordt aangezien voor een slang en maximaal 40 cm kan worden.

Natuur onder druk

Helaas hebben de hangvennen het al lange tijd moeilijk. Dat begon met de opkomst van de mijnbouw. Daarvoor was veel hout nodig en daarom werd er een groot productiebos aangelegd. Omdat het terrein daar eigenlijk te nat voor was, werden sloten gegraven om het grondwater af te voeren. Dion: “Het water kreeg niet meer de kans om langzaam door de oppervlakte van de bodem te zakken. Het gebied is toen heel snel verdroogd en het veenmos verdween grotendeels.”

Een sterke, gezonde natuur is rijk aan verschillende soorten. Maar in de plaats daarvan namen dennen en Amerikaanse eiken het steeds meer over. “Deze sterke groeiers hebben als nadeel dat ze andere soorten verdringen. Op kaarten van rond het jaar 2000 zie je op de plek van het Schutterspark één groot bos staan.”

Allerlaatste kans

Gelukkig ontstond net op tijd het besef dat er iets moest gebeuren. De paar natte plekken die er nog over waren, boden een allerlaatste kans om allerlei bijzondere planten en dieren te behouden voor het gebied. Projectleider Nienke de Kort van de Bosgroep: “In 2006 en 2007 zijn in een deel van het Schutterspark alle bomen gekapt en de sloten gedempt. Met dit project van de Bosgroep en de gemeente Brunssum probeerden we een deel van de hangvennen weer te herstellen.”

En met succes. Het veenmos groeide weer aan. En tussen het mos kwamen weer bijzondere soorten op, zoals de felgele bloemen van de beenbreek. Ook de provincie Limburg zag inmiddels de grote waarde van het gebied. Nienke: “Met geld van Programma Natuur zijn we in opdracht van de provincie een project gestart om ook andere delen van de hangvennen te gaan herstellen. Daarbij bleek het ook mogelijk om de verschillende hangvennen in het gebied met elkaar te gaan verbinden.”

Meer ruimte en aandacht

Het tweede herstelproject startte in 2023. “In een gebied van ongeveer vier hectare hebben we de bomen verwijderd”, vertelt Nienke. “Daarbij zijn we zo netjes mogelijk en met minimale overlast voor bezoekers te werk gegaan. Bijvoorbeeld door het hout telkens tussentijds af te voeren en via vooraf aangegeven routes te werken.” Vervolgens kon worden begonnen met het plaggen: het verwijderen van de bovenste voedselrijke bodemlaag die zich had opgehoopt onder de Amerikaanse eiken. Een belangrijke stap, volgens Dion. “Anders was het gebied in een mum van tijd begroeid geraakt met bramenstruiken en brandnetels.”

Wat overbleef was een grotendeels kale bodem met hier en daar nog wat humus, met daarin verscholen de rustende zaden van allerlei bijzondere planten. Nadat de sloten in het gebied waren opgevuld met klei en zand, kon ten slotte ‘de kraan worden opengezet’. Dion: “Op sommige plekken hebben we ook nog zogeheten duikers ingezet: buizen onder de paden die het bronwater zo natuurlijk mogelijk helpen afstromen. Zo wordt het meer verspreid over het terrein geleid én wordt de erosie beperkt.”

De kans op erosie is één van de redenen waarom natuurherstel in het Schutterspark zo uitdagend is. “We moeten al het werk uitvoeren op een hellend en nat terrein. Zware regenbuien kunnen dan veel impact hebben. Dat merkten we in de zomer van 2024, een van de natste ooit. Het zand had zich nog niet goed in de greppels kunnen zetten en spoelde er deels weer uit. Met een kraantje hebben we nog heel wat herstelwerk moeten doen.”

Langzaam komt het veenmos terug

Gelukkig was dat allemaal niet voor niets. In het najaar van 2024 begon het bronwater al zijn bijzondere werk te doen. Het water kon weer geleidelijk over de oppervlakte afstromen. En snel verschenen weer de eerste plukjes groen. “De veenmossen zijn het motortje van het gebied”, vertelt Dion. “Ze houden water vast als een spons en hebben de eigenschap om snel aan te groeien. Doordat ze voor permanent natte omstandigheden zorgen krijgen ook andere bijzondere planten weer een kans, zoals de heldergroene moeraswolfsklauw, een soort miniatuur-denneboompjes. En de kleine zonnedauw, met zijn kleverige glinsterende tentakels.”

Vlak bij het Schutterspark ligt de Brunssummerheide: een groot Natura 2000-gebied waar deze soorten deels ook voorkomen. Beide gebieden kunnen elkaar versterken, weet Dion. “De planten en dieren die hier leven hebben niet alleen een groter, maar ook een weerbaarder leefgebied. Stel dat er op de Brunssummerheide bijvoorbeeld een keer een grote brand is. Dan zijn de kwetsbare soorten die daar leven niet meteen verloren voor de regio.”  

Natuur helpt zichzelf herstellen

Nu de bodem nog relatief kaal is, kunnen zich er nog makkelijk jonge bomen op vestigen. De komende tijd grazen er daarom schapen in het gebied en worden kleine boompjes handmatig uit de grond getrokken. Deze beheerwerkzaamheden zullen steeds minder nodig zijn, weet Nienke. “Waar het veenmos eenmaal is aangegroeid, kunnen hier geen bomen meer groeien. Zo helpt de natuur ook zichzelf herstellen.”

Het Schutterspark is een typisch voorbeeld van Nederlandse natuur: een aantrekkelijk landschap met dicht op elkaar verschillende bijzondere soorten. De Limburgers zijn trots op hun bijzondere hangvennen. “Mensen ervaren het als een heel bijzonder en mooi gebied om doorheen te wandelen. Bij het eerste herstelproject hebben we al vlonders aangelegd, zodat het gebied goed beleefd kan worden. Die vlonders hebben we vernieuwd en uitgebreid. Wandelaars hebben nu nog beter zicht op de glooiingen en de bijzondere natuur.”

Verwondering over de natuur

Die beleving is belangrijk: mensen moeten kunnen ervaren wat het oplevert als je de natuur meer ruimte en aandacht geeft. “Het verwijderen van bomen is altijd een gevoelig punt”, weet Nienke. “Zelfs als het om een productiebos gaat, dat de natuur niet gevarieerder of sterker maakt. We hebben dan ook veel over de werkzaamheden gecommuniceerd. En zullen dat ook de komende tijd blijven doen, bijvoorbeeld met informatieborden langs de vlonders.”

Nederlanders houden van natuur. Maar ze worden vaak nog verrast met de verhalen die erachter schuilgaan. “Ik geef wel eens een excursie”, vertelt Dion, “en merk dan dat veenmos een heel onbekende plant is. Als je een blokje oppakt en je knijpt erin, komt er zo’n beetje een liter water uitgestroomd. ‘Wow, wat gaaf!’ hoor je dan. Dat laat zien hoe belangrijk het is mensen mee te nemen in ons werk. Want over wat je niet weet, kun je je ook niet verwonderen.”