Op 14 januari 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in een rechtszaak over een bestemmingsplan voor de woonwijk Pasgeld-West in Rijswijk. Het bestemmingsplan maakt onder meer de bouw van 1.000 woningen mogelijk; 225 meer dan onder het vorige plan. Bij de vaststelling moet worden beoordeeld of het plan juridisch uitvoerbaar is, waaronder de vraag of stikstofdepositie geen belemmering vormt op een al overbelast Natura 2000-gebied.

Waar gaat de uitspraak over?

De uitspraak gaat over de toepassing van intern salderen bij plannen die in ruimtelijke ontwikkeling voorzien, waaronder omgevingsplannen (voorheen bestemmingsplannen).

Intern salderen betekent dat de stikstofuitstoot van de nieuwe situatie wordt vergeleken met de stikstofruimte die onder de oude situatie al was toegestaan. In Pasgeld-West is die bestaande stikstofruimte gebruikt om te onderbouwen dat het nieuwe plan per saldo geen extra stikstof veroorzaakt (dat kon als het ware tegen elkaar worden weggestreept).

In deze zaak heeft de gemeente tijdens de procedure succesvol gemotiveerd dat het plan voldoet aan het nieuwe beoordelingskader voor intern salderen bij bestemmingsplannen, waardoor er groen licht is voor dit woningbouwproject. 

Wat heeft de Raad van State eind 2024 al beslist over intern salderen?

De Raad van State heeft eind 2024 geoordeeld dat intern salderen niet meer mag worden gebruikt om vooraf te concluderen dat geen natuurvergunning nodig is. Intern salderen mag alleen nog een rol spelen binnen een vergunningprocedure en daarbij moet, waar van toepassing, ook aan additionaliteit worden voldaan. Deze uitspraak ging echter over vergunningen en projecten, en niet expliciet over plannen zoals bestemmingsplannen.

Waarom was de betekenis daarvan voor plannen nog onduidelijk?

Een plan (zoals een ruimtelijk plan) als bedoeld in de Habitatrichtlijn is iets anders dan een vergunning, dat valt onder de term project. De eerdere uitspraak liet open of intern salderen bij ruimtelijke plannen óók moet worden gezien als een verboden “vooraf wegstrepen” van stikstof. Daardoor bleef onzeker of overheden intern salderen nog mochten gebruiken om een plan uitvoerbaar te achten. Deze uitspraak geeft hier nu duidelijkheid over.

Waar gaat deze (aanvullende) uitspraak over?

De Raad van State maakt hiermee expliciet duidelijk hoe de strengere regels voor intern salderen doorwerken bij het maken van plannen, zoals bestemmingsplannen. De kernvraag is of je een plan mag vaststellen als de als de beoordeling van effecten op de natuur in de voortoets is gebaseerd op intern salderen. Intern salderen wordt nu echter pas bekeken bij het verlenen van de vergunning voor het project.

De Raad van State zegt dat voor een plan dan ook een passende beoordeling nodig is

Wat is de consequentie van dat intern salderen ook voor plannen wordt aangescherpt?

De uitspraak bepaalt dat overheden bij plannen intern salderen niet mogen betrekken zonder passende beoordeling. Er moet dan bij het vaststellen van bijvoorbeeld een omgevingsplan:

  • Al zekerheid bestaan dat het nieuwe of gewijzigde plan geen effecten heeft op natuur, of
  • intern salderen moet in de passende beoordeling worden toegepast (kan alleen wanneer de reductie niet nodig is voor verbetering of herstel van de natuur).


De extra benodigde onderbouwing kan leiden tot vertraging van bijvoorbeeld woningbouw, extra onderzoeken, aanpassing van plannen of het (tijdelijk) niet vaststellen van plannen.