Het kabinet komt met een nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling voor veehouders die willen stoppen, bijvoorbeeld omdat ze geen bedrijfsopvolging hebben. Veehouders dichtbij stikstofgevoelige natuurgebieden krijgen een vergoeding van 110%. De nieuwe regeling moet leiden tot stikstofreductie, zodat de natuur kan herstellen en vergunningverlening geleidelijk weer mogelijk wordt. Voor deze regeling is eerder al €750 miljoen beschikbaar gesteld. Vandaag start de internetconsultatie over deze (nog concept) regeling, en wordt de inhoud van de regeling dus bekend.
Minister Femke Wiersma: “Wanneer veehouders zelf besluiten dat ze willen stoppen, bijvoorbeeld omdat ze geen bedrijfsopvolging meer hebben, kan een vrijwillige beëindigingsregeling helpen. Ik vind het belangrijk dat we als overheid veehouders op een goede manier ondersteunen, met een ruimhartige regeling maar ook met persoonlijke begeleiding bij het proces”.
De vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) is een ruimhartige subsidieregeling voor de beëindiging van veehouderijlocaties met melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden en konijnen. De regeling lijkt op de bestaande vrijwillige beëindigingsregelingen (de Lbv-regelingen). Wat wel anders is, is dat aanvragen voor de Vbr in twee rondes beoordeeld gaan worden. Veehouderijlocaties binnen een strook van 1000 meter rondom overbelaste natura 2000-gebieden kunnen namelijk met voorrang aanspraak maken op de subsidie. Als er daarna nog budget over is, kunnen ook veehouderijlocaties buiten deze strook aanspraak maken op de subsidie, maar wel met andere vergoedingen.
Door bij de subsidieverlening voorrang te verlenen aan veehouderijlocaties dichtbij overbelaste natuurgebieden, draagt de regeling gericht bij aan het verminderen van stikstofneerslag en het verder op gang brengen van de vergunningverlening. Ook wordt veehouders binnen de strook van 1000 meter, gezien de urgentie van de stikstofproblematiek, een hogere vergoeding geboden. Het kabinet wil ondernemers die vrijwillig willen stoppen ruimhartig ondersteunen, en kiest daarom voor een percentage van 110% (binnen 1000 meter N2000) en 100% (buiten 1000 meter N2000).
| Voor veehouderijlocaties gelegen binnen een strook van 1000 meter rond overbelaste N2000 geldt: | Voor veehouders gelegen buiten een strook van 1000 meter rond overbelaste N2000-gebieden geldt: |
|---|---|
|
Toekenning op basis van volgorde van aanvraag (first come, first serve) |
Toekenning van de subsidie gaat op rangschikking naar stikstofuitstoot (rangschikking van het aantal euro subsidie per kilogram ammoniakemissie) |
|
Vergoeding van 110% voor het waardeverlies van de stallen (productiecapaciteit) |
Vergoeding van 100% voor het waardeverlies van de stallen (productiecapaciteit) |
|
Vergoeding van 100% voor de productierechten die de veehouder moet laten vervallen |
Vergoeding van 100% voor de productierechten die de veehouder moet laten vervallen |
| Een bijdrage in de sloopkosten van € 45,- per m2 staloppervlakte. |
De internetconsultatie over de regeling is vandaag gestart, en sluit op maandag 9 februari. Via de consultatie kan iedereen een reactie geven op de conceptregeling
Ter goedkeuring naar de Europese Commissie
De conceptregeling wordt deze week ook voor pre-notificatie naar de Europese Commissie gestuurd. De Europese Commissie moet namelijk bepalen of de regeling geoorloofde staatssteun betreft. Tijdens de pre-notificatie wordt de Commissie (informeel) geraadpleegd over het steunvoornemen en kunnen vragen of onduidelijkheden over de Vbr worden besproken. Het doel van de pre-notificatie is om ervoor te zorgen dat de formele notificatie daarna sneller kan verlopen. De regeling wordt parallel aan de pre-notificatie en de internetconsultatie ook voor advies naar het Adviescollege Toetsing Regeldruk gestuurd.
Vervolgstappen
Na de consultatieperiode worden de binnengekomen reacties bekeken en wordt afgewogen of de regeling nog moet worden aangepast. Ook is het mogelijk dat naar aanleiding van de pre-notificatie aanpassingen worden gedaan aan de regeling. De regeling die vandaag in consultatie gaat kan dus nog gewijzigd worden en is nog niet definitief. Vervolgens zal de regeling ter goedkeuring aan de Europese Commissie worden aangeboden via de formele notificatieprocedure.
Na goedkeuring door de Europese Commissie zal de regeling gepubliceerd worden en zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de openstelling van de regeling voorbereiden. Het kabinet hoopt dat de regeling medio 2026 opengesteld kan worden (maar dit is onder meer afhankelijk van de duur van de (pre)notificatie).
Door bij de subsidieverlening voorrang te verlenen aan veehouderijlocaties dichtbij overbelaste natuurgebieden, draagt de regeling maximaal bij aan het verminderen van stikstofneerslag en het verder op gang brengen van de vergunningverlening.
Het kabinet wil ondernemers die vrijwillig willen stoppen ruimhartig ondersteunen, en kiest daarom voor een percentage van 110% en 100%. De urgentie van de stikstofproblematiek maakt dat veehouderijen binnen 1000 meter van overbelaste Natura2000-gebieden een hogere vergoeding wordt geboden: op die manier wordt de regeling doeltreffender en doelmatiger gemaakt.
Het gaat om voor stikstof overbelaste Natura 2000-gebieden. De lijst waarop deze gebieden aangegeven staan, is te vinden in bijlage 1 van de (concept) regeling.
Nee, er is geen drempelwaarde, dus iedere veehouderijlocatie met melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, overig rundvee, geiten, vleeseenden of konijnen kan een aanvraag indienen. Voor bedrijven binnen een strook van 1000 meter van overbelaste Natura 2000-gebieden geldt dat op basis van volgorde van aanvraag beschikt zal worden. Als er daarna nog budget over is, kunnen ook veehouderijlocaties buiten de strook van 1000 meter rondom overbelaste Natura 2000-gebieden aanspraak maken op de subsidie (met andere vergoedingen). Aanvragen van veehouders buiten de strook van 1000 meter rondom overbelaste Natura 2000-gebieden worden gerangschikt op basis van doelmatigheid (euro’s subsidie per kilogram ammoniakemissie).
De belangrijkste verschillen zijn:
- De nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling kent geen drempelwaarde. De Lbv-regelingen kennen wél een drempelwaarde voor de depositie van stikstof. Bij de Lbv gaat het om een specifieke drempelwaarde per overbelast Natura 2000 gebied. Voor de Lbv-plus gaat het om één landelijke drempelwaarde.
- De nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling staat open voor veehouderijlocaties in heel Nederland, terwijl de Lbv-regelingen open stonden voor specifieke doelgroepen.
In opdracht van het ministerie van LVVN heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hier een verkenning voor uitgevoerd en een kennisnotitie over opgesteld. Deze kunt u vinden via: Doelgroep vrijwillige beëindigingsregeling | RIVM
Het kabinet hoopt dat de regeling medio 2026 opengesteld kan worden, maar dit is o.a. afhankelijk van de duur van de (pre)notificatie. In de regeling worden verder dezelfde termijnen gehanteerd als bij de Lbv en de Lbv-plus. Zie voor meer informatie over de termijnen van de Lbv-regelingen op de website van RVO.
Nee, deelname aan de subsidie is vrijwillig. De overheid kan niet zelf bepalen welke bedrijven moeten stoppen. Een gedwongen uitkoopregeling bestaat niet en is juridisch ook niet zomaar mogelijk.
Het kabinet kiest heel bewust voor vrijwilligheid. Niemand wordt verplicht om met het boerenbedrijf te stoppen. Vrijwilligheid leidt over het algemeen sneller tot stikstofreductie. Gedwongen maatregelen, zoals het intrekken van een vergunning, zitten heel anders in elkaar, duren vaak langer omdat ze juridisch ingewikkeld zijn, hebben een heel ander kostenplaatje en zijn bovenal zeer ingrijpend. Daarnaast is onteigening op basis van stikstofreductie met de huidige wettelijke kaders niet mogelijk.